Uitgelicht: Ontwikkeling van OC te controleren door gericht management van veulens?

Recent onderzoek heeft uitgewezen dat OC bij jonge varkens veel vaker optreedt wanneer ze op een gladde vloer worden gehouden, dan wanneer ze in diep strooisel worden worden gehuisvest en beperkt worden gevoerd. Bij het opstaan kan een poot opzij glijden als gevolg van de gladde vloer, van een minder sterke bespiering, of een combinatie van beide.

Veulens lijken op jonge varkens in de zin dat ze snel groeien en dat hun kraakbeen tijdens de ontwikkeling afhankelijk is van de aanvoer van voedingsstoffen, die beschadigd kan raken door een trauma. Belangrijke risicofactoren voor het ontwikkelen van OC zijn genetische aanleg, snelle groei, trauma, en onbalans in de voeding. Maar de relatie tussen deze factoren is nog niet helemaal duidelijk. Uit onderzoek is gebleken dat biomechanische schade aan de bloedtoevoer naar het kraakbeen bij jonge varkens en veulens een belangrijke rol speelt in de pathogenese van OC.

Het feit dat jonge varkens mogelijk OC ontwikkelen als gevolg van het (regelmatig) uitglijden tijdens het opstaan gedurende hun groeifase, was aanleiding om te onderzoeken of dit bij veulens ook het geval zou kunnen zijn. Daarvoor hebben de onderzoekers een groep van 48 (KWPN) veulens op vijf verschillende bedrijven gevolgd van een leeftijd van 6 tot 12 maanden. Het is niet duidelijk of de veulens aan het begin van de studie al gespeend waren of nog niet (allemaal). De bedrijven verschilden van elkaar op het gebied van management factoren als huisvesting en gelegenheid tot beweging. De veulens werden via videocamera’s gedurende periode’s van 3 tot 4 uur gevolgd, met een maximum van in totaal 24 uur per groep. Op basis van de videobeelden werd het ‘uitglijpercentage’ (aantal keren uitglijden ten opzichte van het totaal aantal keren opstaan) bepaald en de manier waarop werd uit gegleden (bijvoorbeeld met voor- of achterbeen/benen).

Gemiddeld gleden veulens in 29% van de keren dat ze opstonden uit met één of meerdere benen. Dit resultaat werd gebaseerd op gemiddeld 46 keer opstaan per veulen. In 43% van de gevallen was er een specifieke reden voor het veulen om op te staan, bijvoorbeeld het worden benaderd door een ander veulen. Dat kon leiden tot het willen volgen van dat andere veulen, gewone verstoring, paniek, of een andere reden om op te staan. Het opstaan met een aanwijsbare reden had geen invloed op het uitglijden.

Er waren significante verschillen in hoe vaak veulens uitgleden tussen bedrijven. Op één van de bedrijven gleden de veulens niet uit en op een ander was het uitglijpercentage 50%. Het management tussen de bedrijven verschilde in ondergrond van de huisvesting, tijd dat de veulens (actief of passief) beweging kregen, en of hun hoeven wel of niet bekapt werden. Maar het aantal bedrijven was onvoldoende om tot significante verschillen in resultaten te komen. Deze aspecten moeten verder worden onderzocht in vervolgonderzoek.

Aan het begin van de studie had 25% van de veulens geen OC. Tijdens de 6 maanden dat de veulens gevolgd werden ontwikkelden 10% van de veulens OC en verdween de OC bij 23% van de veulens. Op een leeftijd van 12 maanden had 38% van de veulens geen OC. Het optreden van OC was een licht negatief gecorreleerd aan het uitglijpercentage. Een oorzaak zou kunnen zijn dat veulens met OC pijn hebben bij het opstaan, waardoor ze dat heel voorzichtig doen en daardoor minder uitglijden.

Dus, is de ontwikkeling van OC te controleren door aangepaste huisvesting, beweging en voeding van veulens? De resultaten in deze studie lijken daar enige aanwijzingen voor te geven, maar de studie zou met meer veulens en bedrijven moeten worden herhaald om een goed inzicht te krijgen. De moeite van het onderzoeken waard lijkt me!

De referentie naar dit artikel is: E. M. van GrevenhofA. R. D. Gezelle MeerburgM. C. van DierendonkA. J. M. van den BeltB. van SchaikP. Meeus and W. Back. 2017. Quantitative and qualitative aspects of standing-up behavior and the prevalence of osteochondrosis in Warmblood foals on different farms: could there be a link? BMC Veterinary Research 13:324 https://doi.org/10.1186/s12917-017-1241-y

Wil je het hele artikel lezen? klik dan hier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *