Meer rijden met je lichaam: wenden en tempocontrole

In de vorige blog heb ik uitgelegd wat het uitgangspunt is van centred riding. Ik heb je een aantal oefeningen gegeven die je naast of op je paard kunt doen om in een goede houding en zonder overbodige spierspanning op je paard te komen te zitten.

In deze (lange!) blog zal ik verder ingaan op hoe je je centrum kunt gebruiken bij het rijden, zodat we eindelijk tot centred RIDING kunnen komen. En ik zal je een paar tips geven voor hoe je van veel voorkomende houdingproblemen af kunt komen.

Eerst nog een keer wat je ‘centrum’ eigenlijk is: je zwaartepunt. Door goed gebruik te maken van jouw zwaartepunt, kun je dat van je paard beïnvloeden. Voor veel mensen wordt dat makkelijker door je voor te stellen dat je centrum een bron van energie is, of een gloeiende bal, of, zoals in mijn geval, dat je centrum een kommetje is waar een balletje in ligt. Je bent perfect in balans wanneer je dat balletje mooi stil kunt laten liggen in het diepste punt van dat kommetje. Sommige mensen vinden het fijn om dat kommetje voor te stellen als een zacht nestje, waar dat balletje heel comfortabel in kan liggen. Ieder zijn ding, zolang je je er maar wat bij voor kunt stellen.

Die voorstelling zal je namelijk helpen om de communicatie met je paard te verfijnen. Je kunt een wending rijden door, heel kort door de bocht, aan een teugel te trekken. Maar om een wending te rijden heb je geen teugels nodig! Althans, veel minder dan je denkt. Ga even terug naar de voorstelling van je centrum en stel je voor dat je centrum de richting bepaalt waarin je rijdt. Je kunt je, bijvoorbeeld, een laserstraal voorstellen die vanuit je centrum, via je navel recht naar buiten komt. Straalt je laser precies rechtuit, dan ga je rechtuit. Straalt je laser iets naar rechts, dan ga je iets naar rechts. Want doordat je je laserstraal alleen kunt sturen door je bekken te draaien, geef jij aan je paard door dat je iets naar rechts wil. En over het algemeen luisteren paarden goed naar deze subtielere manieren van sturen. ‘Kijken waar je heen gaat!’ is daarop gebaseerd. Maar om dat goed te laten werken moet je dus niet alleen je hoofd, of je hoofd en je schouders, maar je hele bovenlijf, inclusief bekken, draaien. Jouw heupen staan parallel aan die van je paard. Door de positie van jouw heupen te veranderen, stimuleer je je paard om de positie van zijn heupen ook te veranderen.

Jij en je paard zullen er even aan moeten wennen, maar uiteindelijk raken jullie op elkaar ingespeeld en gaat het vanzelf. En dan, gegeven dat je verder stil zit, zal je paard al op het kleinste hintje van wenden reageren. Een fout die je makkelijk kunt maken is dat je alleen met je hoofd en schouders stuurt, maar dat je bekken rechtuit blijft gaan. Dan zal je paard je niet goed begrijpen, wil je nou de bocht om of toch rechtuit? Eigenlijk geef je dan de aanwijzingen voor schoudervoor/schouder binnenwaarts. Jouw schouders staan parallel met zijn schouders en jouw heupen met zijn heupen. Dus wil je wenden? stuur dan je laserstraal in de richting waarin je wilt rijden.

Een kleine toevoeging aan het rijden van wendingen waarbij je wel expliciet een teugel van de hals brengt: Zorg ervoor dat je hand altijd ook naar voren gaat tijdens het opzij gaan, en niet een beetje schuin naar achter. Denk maar aan de beweging die je maakt als je ‘gaat u voor’ tegen iemand zegt. Het helpt wanneer je tijdes het wenden de nagels van je vingers naar boven draait. Wanneer je zo wendt, geef je je paard de ruimte om zijn schouder naar voren te brengen. Zodra je je hand naar achter brengt, blokkeer je daarmee de schouder van je paard, waardoor hij zijn pas niet goed meer kan afmaken. Echt, het gaat om centimeters. Denk ‘naar voren en opzij’, niet ‘trek aan de teugel’. Dat vond/vind ik ook een hele lastige, het is zo makkelijk om je hand tegelijk ook ietsje naar achter te ‘trekken’ in een wending….

Naast wenden, kun je je centrum ook goed gebruiken voor het regelen van het tempo en de lengte van de passen. Ook hiervoor hebben verschillende mensen verschillende voorkeuren. Ik geef je hier de mijne van een balletje in een kommetje. Vraag iemand om je paard bij de teugel te nemen en stap een poosje met je ogen dicht rond. Hoe rolt jouw balletje elke stap? Alleen van voor naar achter? Of maakt hij een rondje? En zo ja, hoe dan? Is het een rondje of meer een elips (uitgerekte cirkel)? Als je heel goed voelt, ik zal het antwoord vast geven, dan voel je dat je balletje een elips-vormige ronde maakt, over de bodem naar voren, dan omhoog en weer naar achter, daar weer omlaag en weer naar voren, etc.

Wanneer je dat goed voelt, dan kun je in gedachten de elips wat verder uitrekken: de weg naar voren wat langer maken. Als het goed is gaat je paard nu grotere passen maken. Let op dat je het balletje niet te hard naar voren laat rollen, want dan zal je paard ook harder gaan. Laat je je balletje kleinere rondjes maken, dan worden de passen korter. Wanneer je in stilstand probeert je balletje achteruit te laten rollen, dan zal je paard achterwaarts gaan. Het is natuurlijk niet echt zo dat je paard luistert naar jouw balletje. Maar door gebruik te maken van je gedachte, zul je je paard hele kleine hulpen geven. Die pikt hij graag op. Wat voor mij heel confronterend werkte, was dat ik me door deze visualisatie begon te realiseren dat ik mijn paard soms aanwijzingen gaf die niet mijn bedoeling waren en die ik dus weer ongedaan probeerde te maken. Dat is heel frustrerend voor het paard. Mijn balletje heeft mij dus geholpen met een stukje bewustwording van mijn communicatie.

Je kunt je balletje, zoals gezegd, ook goed gebruiken in de tempocontrole. Harder naar voren rollen is tempo omhoog, balletje rustiger laten rollen is tempo omlaag. Je kunt je balletje snel rustiger laten rollen door te ontspannen in je onderlijf, zodat je balletje ‘stil’ komt te liggen. Als extra hulp kun je je voorstellen dat je benen de grond in groeien (niet bewust lang maken, dat worden ze vanzelf). Niet inzakken, je laserstraal moet op dezelfde hoogte blijven schijnen. Bewust uitademen helpt ook goed bij tempo verlagen. Ook dit is afstemmen met je paard, maar veel paarden begrijpen dit heel snel. Tempo verhogen doe je door je balletje elke pas hard naar voren te laten rollen. In plaats van een balletje kun je ook denken aan grote pijlen met energie die vanuit je borst naar voren en schuin omhoog schieten. Dat maakt dat je heel actief rechtop gaat zitten en vol energie naar voren rijdt. Dat voelt je paard en hij zal reageren met energie naar voren.

Het tempo is ook vaak te controleren door heel bewust jouw ‘tempo’ aan te geven. Niet in stap gaan zitten ‘duwen’, maar juist je energie naar voren sturen om tempo te verhogen. In draf kun je via je lichtrijden jouw tempo ook goed aangeven. Door langzamer licht te gaan rijden zal je paard zijn tempo aan jouw ritme aanpassen en door actiever te gaan lichtrijden zal hij actiever gaan lopen. In de meeste gevallen althans…

Je kunt met je balletje ook aan de houding van je paard (en van jou) werken. Je kunt meer opwaarts rijden door je balletje aan het eind (aan de voorkant) wat actiever omhoog te sturen voordat hij weer terug rolt. Jij bent dan automatisch wat rechterop komen te zitten en kijkt recht naar voren. Aan de andere kant, als jij naar beneden kijkt en wat in elkaar zakt, dan zal je paard op de voorhand vallen. Jij ingezakt, hij ook. Jij trots en groot, hij ook. Helaas werkt het niet 100% zo, maar je kunt je paard nooit opwaarts rijden als je zelf niet ook opwaarts zit.

Natuurlijk zit je niet de hele tijd aan je centrum te denken. Maar in het begin helpt het wel, om jezelf een nieuw gevoel aan te leren. Het feit dat je paard reageert bevestigt jouw signalen. Uiteindelijk wordt het een automatisme. Natuurlijk gebruik je ook je benen en je handen, maar het is wel fijn om te merken dat dat een stuk minder kan en dat je paard dan nog steeds doet wat de bedoeling was.

Om af te sluiten nog een paar tips om van veel voorkomende problemen met je zit tijdens het rijden af te komen. Een veelvoorkomend probleem is, bijvoorbeeld, dat je benen te ver naar voren liggen. Als gevolg daarvan liggen je voeten niet onder je zwaartepunt en zul je bij elke drafpas moeite moeten doen om uit het zadel te komen om licht te rijden. Dat is misschien geen bewuste moeite, maar het gevolg is dat je je benen niet stil kunt houden. Een simpele oplossing is om tijdens het lichtrijden, in plaats van één, twee passen te blijven staan en één te gaan zitten. In het begin zal dit heel lastig zijn, omdat je je zwaartepunt niet boven je voeten hebt. Maar zodra je dat voor elkaar hebt is het niet moeilijk meer. En vanaf dat moment kun je weer gewoon gaan lichtrijden, want dan liggen je benen goed. Dit is een handige oefening om voor jezelf af en toe even te controleren of je benen nog goed liggen.

Een ander veel voorkomend probleem: klapperende onderbenen. Dit kan deels door een verkeerde beenligging komen (zie hiervoor), maar het kan ook zijn dat je teveel knijpt met je knieën. In principe zouden je knieën elke keer dat je gaat staan naar beneden moeten zakken. Denk maar aan een kat die je van je schoot laat springen. Alleen dan kunnen je voeten op dezelfde plaats blijven. Maar wanneer je knijpt met je knieën, dan duw je elke keer dat je gaat staan automatisch je voeten naar buiten. Oplossing: niet meer knijpen met je knieën… Hoe doe je dat? Een manier is door je voor te stellen dat je wervelkolom als een soort kurkentrekker in je bekken zakt (zie mijn eerste blog over rijden met je lichaam). Probeer dat eerst in stap. Laat je benen los en voel alleen die kurkentrekker en het gewicht van je benen in je beugels. Laat je knieën gewoon ontspannen tegen het zadel schommelen met elke pas. Helemaal niet erg, juist goed! Mijn paard slaakte toen een diep zucht en liet zijn hoofd zakken….. (ja, ik heb ook last van knijpende knieën). Als dat lukt, kun je het in draf proberen. Het lijkt net of je je balans kwijt bent (dat ben je ook, want je bent je vertrouwde steunpunt van je knieën kwijt), maar dat went vanzelf. Mijn paard bracht ineens veel makkelijker zijn rug omhoog! En mijn benen lagen prachtig stil. Het is lastig om een slechte gewoonte af te leren, maar wanneer je paard je zo duidelijk beloont voor je goede gedrag, maakt dat het wel makkelijker.

Nog een veel voorkomend probleem: scheef zitten. Dat kan aan je paard en/of je zadel liggen, maar het kan ook goed aan jou liggen. Check of je recht boven je paard zit. Wanneer je dat zelf niet goed kan voelen kun je iemand vragen om van achter te kijken. Het is veiliger om bij de volgende oefening ook iemand te vragen om met je paard mee te lopen. Een goed oefening om recht boven je paard te komen is namelijk om je linker arm met je duim naar je navel te gaan en dan langs je neus naar recht boven je schouder omhoog te steken. Doe je ogen bij voorkeur weer dicht (vandaar dat een begeleider wel handig is) en denk je een diagonaal in van je vingertoppen naar je rechterheup. Blijf een paar passen zo zitten en laat je hand dan weer langs je neus zakken. Doe nu hetzelfde met je rechterarm: met je duim langs je navel en neus omhoog tot recht boven je schouder. Denk je een diagonaal in naar je linkerheup. Doe je arm weer via je neus naar beneden. Als het goed is zit je nu recht boven je paard. Wanneer je dit een aantal keer gedaan hebt (op verschillende dagen) kan het al genoeg zijn om de oefening in gedachten uit te voeren. De reden dat je je arm via navel en neus om hoog en omlaag moet doen is dat je schoudergewricht anders de draai naar omhoog niet goed kan maken. Probeer het verschil maar eens met wanneer je gewoon via buitenlangs omhoog probeert te komen.

Dit waren weer heel wat oefeningen en tips over hoe je de communicatie met je paard kunt verbeteren. Volgende keer zal ik een paar grondoefeningen geven die je helpen om je een idee te geven van hoe jouw hulpen op je paard overkomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *