Koud! Of valt het mee?

Dit artikel is in januari 2017 gepubliceerd. Vandaar dat het over de kou gaat…

Het is weer winter. Nou ja, tot nu toe niet erg overtuigend, maar er zitten koude dagen bij. Het is van te voren niet aan te zien komen wat voor winter het gaat worden. Dat kunnen wij niet, maar onze paarden (en ponies!, maar voor het gemak noemen we ze hier allemaal ‘paarden’) waarschijnlijk ook niet. Toch bereiden ze zich voor. Daar beginnen ze al aan het eind van de zomer mee. Onder invloed van het korter worden van de dagen, beginnen ze al met het aanmaken van een wintervacht. Ook al is het in augustus vaak nog heel warm. De paarden beginnen met het aanmaken van meer haar. Niet direct ook al veel langer, maar wel al veel meer dan in hartje zomer. Hoe die vacht zich vervolgens zal ontwikkelen, hangt voor een belangrijk deel af van de omstandigheden.

Koudetolerantie

Paarden die dag en nacht buiten staan, zullen in de loop van de herfst nog steeds meer haar aanmaken. Dat doen ze voornamelijk onder invloed van de korter wordende dagen en daar gaan ze dus mee door tot de kortste dag van het jaar. Hoeveel haar er bij komt hangt niet alleen af van de daglengte, maar ook van de buitentemperatuur. Hoe kouder, hoe meer haar. En ook hoe kouder, hoe langer de haren worden. De hoeveelheid en de lengte van de haren hangt, naast daglicht en temperatuur, ook af van de afstamming (het ras, maar ook binnen ras is er variatie), de hoeveelheid schuilgelegenheid, de hoeveelheid neerslag en wind, de gezondheid, en de voedingstoestand. Daar hebben ze een aantal mechanismen voor. Om te beginnen zorgt het temperatuur- regelcentrum in de hypothalamus (onderdeel van de hersenen) ervoor dat er een signaal gaat naar de minuscule spiertjes waar elke haar mee verbonden is. Die spiertjes zorgen ervoor dat de haren worden opgericht, waardoor de vacht 16 tot 32% dikker wordt dan in platte toestand. Op die manier kan er lucht worden vastgehouden tussen de haren. De stilstaande lucht fungeert weer als een isolatielaag. Hoe langer de haren, hoe dikker deze isolatielaag. Hoe meer haren, hoe beter de lucht wordt vastgehouden. Een lage temperatuur op een winderige dag is voor paarden veel moeilijker om mee om te gaan dan dezelfde temperatuur op een windstille dag, omdat de wind de warme lucht uit de vacht blaast. Hierdoor wordt de isolerende waarde van de vacht sterk verlaagd.

Het opzetten van een dikke en lange vacht zorgt voor een goede isolatie.

Een natte huid zorgt voor een snelle afkoeling, zeker in combinatie met wind. Gelukkig hebben paarden het niet na elk klein regenbuitje al koud. Dat komt omdat de huid een stof produceert dat, in combinatie met het feit dat de haren elkaar overlappen, zodat water van de ene haar omlaag glijdt op de volgende haren, de vacht waterafstotend maakt. Water dat erop valt, rolt er weer van af zonder de huid te bereiken. Zeker bij paarden die buiten worden gehouden is het daarom verstandig om in de winter niet te veel te borstelen. Dat tast de water werende laag van de vacht aan. Het feit dat sneeuw op de vacht van paarden blijft liggen geeft aan hoe goed de isolatie van het paard werkt. Er komt onvoldoende warmte door om de sneeuw te doen smelten.

Een tweede mechanisme dat de hypothalamus in werking bij kou zet is vasoconstrictie (nauwer worden) van de aders die dicht onder de huid lopen. Hierdoor kan er minder bloed door stromen en wordt er daarmee minder warmte verloren door straling via de huid. Bloed is de warmte transporteur van het lichaam. Het voert warmte uit de spieren af, waar die wordt geproduceerd door verbranding (spieractiviteit). Door meer of minder bloed langs de huid te voeren, kan de temperatuur van het lichaam goed worden gereguleerd. Het ‘overtollige’ bloed, wat nu niet naar de huid gaat, wordt binnen in het lichaam gebruikt om de temperatuur daar constant te houden.

Paarden in rust hebben een bepaald basaalmetabolisme. Dat is de energiehuishouding waarbij het lichaam de processen laat verlopen die het nodig heeft om in rust te blijven functioneren. Onderdeel daarvan is het in stand houden van de lichaamstemperatuur. In beweging wordt ongeveer 75% van de energie omgezet in warmte, die voor het grootste deel via de huid uit het lichaam verdwijnt. Paarden in rust die op het punt staan om het koud te krijgen, zullen minder gaan bewegen om de warmteverspilling tegen te gaan. Bij onderzoek aan paarden in de Camargue is gevonden dat ze bij lage temperaturen tot 17% van hun dagelijkse energieverbruik konden besparen door minder te bewegen. Wanneer paarden het eenmaal koud hebben, dan zullen ze juist meer gaan bewegen om weer warm te worden, mits ze voldoende energie hebben en de ruimte daarvoor beschikbaar is.

Wanneer de combinatie van het opzetten van de vacht, de vasoconstrictie van de aders onder de huid, en het minder gaan bewegen onvoldoende zijn om het lichaam warm te houden, dan kan het paard gaan rillen. Ook dat wordt door de hypothalamus aangestuurd. Rillen is het onvrijwillig ritmisch samentrekken van spieren, waardoor warmte wordt geproduceerd. Deze spieractiviteit werkt volledig op aerobe (zuurstof vragende) verbranding, waardoor er geen verzuring van de spieren optreedt en het daarom heel lang volgehouden kan worden. Om de spieren van voldoende zuurstof te kunnen voorzien, hebben paarden die rillen vaak ook een licht verhoogde ademhalingsfrequentie. Door te rillen kan de warmte productie vijf tot zes keer worden verhoogd ten opzichte van de normale ruststand.

Men denkt dat het rillen een functie heeft in de acute fase van de kou. Wanneer die fase langer duurt, dan moeten de paarden hun mechanisme in werking stellen dat ze door gewenning hebben ontwikkeld. Paarden produceren dan het hormoon thyroxine, waardoor het basaalmetabolisme in rust wordt verhoogd en het paard dus meer warmte produceert. Op die manier stoken ze dus eigenlijk hun interne kachel wat verder op. Het basaalmetabolsime werkt normaal gesproken op een combinatie van aerobe en anaerobe (geen zuurstof vragende) verbranding. De thyroxine zorgt er ook voor dat het steeds meer een aerobe proces wordt, waardoor het metabolisme steeds meer op vetverbranding werkt en er geen spierverzuring optreedt.

De mate waarin het basaalmetabolisme wordt verhoogd hangt af van de mate waarin de paarden al zijn blootgesteld aan de lagere temperaturen. Door deze verhoging in basaalmetabolisme, wordt de kritische temperatuur waaronder het basaalmetabolisme niet meer voldoende is om het paard in rust warm te houden verlaagd. De paarden kunnen dan dus beter tegen de kou. Ook paarden met een minder dikke vacht kunnen op deze manier hun basaalmetabolisme verhogen, waardoor ze beter tegen de kou kunnen. Maar het blijft relatief, want uiteraard kunnen ze minder goed tegen de kou dan een paard met een dikke vacht. Aan de andere kant kan een paard met een zelfde minder dikke vacht die uit een warme omgeving komt weer minder goed tegen de kou, omdat die een lager basaalmetabolisme zal hebben.

De randvoorwaarden

Paarden kunnen duidelijk tot op zeker hoogte omgaan met de kou. Maar we hebben het nog niet gehad over de randvoorwaarden. Aan de ene kant voor de paarden en aan de andere kant voor hun ‘mensen’. Paarden kunnen tegen de kou, mits ze de kans hebben gekregen om zich erop voor te bereiden en mits ze de gelegenheid hebben om te schuilen voor harde wind en neerslag. En, misschien nog wel belangrijker, mits ze voldoende ruwvoer tot hun beschikking hebben. De vertering van ruwvoer op zichzelf zorgt voor warmte productie. Daarnaast kost warm blijven bij temperaturen onder de lagere kritieke temperatuur veel energie. Dit komt, zoals we gezien hebben, onder andere door het hogere basaalmetabolisme dat paarden ontwikkelen die langduriger aan de kou worden blootgesteld. Het is duidelijk dat paarden onder natuurlijke omstandigheden zich best kunnen wapenen tegen de kou. Ze zullen het onder sommige omstandigheden best koud hebben. Maar zolang ze niet onderkoeld raken, dat wil zeggen dat hun lichaamstemperatuur zakt tot onder het niveau waarop het kan blijven functioneren, dan is dat niet levensbedreigend. Ze zullen ook zeker behoorlijk afvallen, maar dat is een natuurlijk proces. Paarden die relatief dik uit de winter komen, lopen reële kans om overgewicht te ontwikkelen in de daarop volgende zomer.

Een geschoren paard mist zijn isolerende vacht. Dekens moeten hem helpen bij zijn warmteregulatie.

Naast de randvoorwaarden voor de paarden, zijn er ook randvoorwaarden voor de mensen. Over het algemeen hebben die hun paard om er wat mee te doen. Rijden
of mennen of showen of wat je er maar mee wil doen. De randvoorwaarden van paarden en hun mensen hoeven elkaar niet in de weg te zitten. Maar wanneer je graag wat intensiever met je dier bezig bent, dan is het prettig als hij de warmte die zijn spieren produceren tijdens de activiteit ook af kan voeren. Overmatig zweten door een lange, dichte vacht is dan niet gewenst. Door paarden op stal te houden en/of een deken op te leggen is een deel van de vacht productie af te remmen. Dit komt doordat de invloed van de lage omgevingstemperatuur wordt beperkt. Scheren is een andere, aanvullende, optie, maar dan is het wel belangrijk om maatregelen te nemen zodat het paard zich warm genoeg kan houden buiten te training om. Een geschoren paard mist de isolatiewaarde van zijn vacht en daarnaast is, vanwege het feit dat de haren niet meer overlappen, de vochtwerende werking uitgeschakeld.

Naast de ‘zweetproblematiek’ speelt ook het type verbranding een rol. In de training wordt van het paard verwacht dat hij snel reageert en, zeker tijdens springtraining, ook dat hij vrij acuut tot grote activiteit kan komen en dat vol kan houden. Hiervoor wordt, na een korte start op aerobe verbranding, al gauw het anaerobe systeem aangesproken. Hiermee kunnen spieren acuut veel energie verbranden, maar treedt ook verzuring op. Het ‘probleem’ bij het verhoogde basaalmetabolisme is dat dat voornamelijk op aerobe verbranding berust en dat de verschuiving naar anaerobe verbranding voor deze paarden heel lastig is. Zij zijn beter ingesteld op langdurige activiteit, maar op een lager energieniveau. Geen zware springtraining dus.

Kortom, hoe je je paard houdt tijdens de winter hangt direct samen met wat je van hem verwacht in die tijd. De vraag over hoe je over het gebruik van dekens of scheren of opstallen denkt hangt direct samen met wat je van je paard wil verwachten in de wintermaanden. Uiteraard kun je er ook voor kiezen om je paard (of pony uiteraard) in de winter minder zwaar te belasten en in het voorjaar de training weer op te pakken. Deze afweging is voor iedereen anders en daar willen we hier verder niet op in gaan.

Vond je dit artikel interessant? Het is onderdeel van een hoofdstuk uit de cursus ‘Het Gezonde Paard’. Misschien is die cursus ook wel wat voor jou. Cursus ‘Het Gezonde Paard’

Referenties

De technische details uit deze blog zijn grotendeels afkomstig uit twee wetenschappelijke overzichtsartikelen. Geen recente artikelen, maar er zijn in de afgelopen jaren geen opzienbarende feiten bij gekomen. Helaas zijn ze niet openbaar toegankelijk, maar voor wie er toegang toe kan krijgen en interesse heeft om die artikelen te lezen, het gaat hier om:

B. Langlois. 1994. Inter-breed variation in the horse with regard to cold adaptation: a review. Livestock Production Science 40: 1-7.

N.F. Cymbaluk. 1994. Thermoregulation of horses in cold, winter weather: a review. Livestock Production Science 40: 65 – 71.