Voeren naar de winter toe

De herfst is net begonnen, de dagen worden weer duidelijk korter, de nachten kouder, de natuur bereid zich voor op de winter. In de natuur zouden paarden nu een speklaag hebben ontwikkeld doordat ze zich te buiten zijn gegaan aan het rijke voorjaars- en zomergras. Heel verstandig, want zo kunnen ze gedurende de winter, wanneer de hoeveelheid en kwaliteit van het voer beperkt is, interen op hun reserves. De tekorten die ze zo opbouwen kunnen ze in het voorjaar weer aanvullen. Ze hebben een natuurlijke ‘kringloop’ in hun conditiescore.

De herfst is voor veel paarden de start van het seizoen dat ze meer binnen staan.

Maar bij ons staan veel paarden in de winter, in elk geval een deel van de tijd, binnen waardoor ze minder zijn blootgesteld aan de elementen en dus ook minder energie nodig hebben om zich daar tegen te wapenen. Andere paarden staan misschien veel buiten, maar dan vaak op een paddock en met een deken op en/of een mogelijkheid om droog en uit de wind te gaan staan. Ook die maatregelen maken dat de paarden minder energie nodig hebben dan hun wilde soortgenoten. Maar veel belangrijker is dat wij ze in de winter bijvoeren. Wij zorgen ervoor dat de paarden in de winter ook aan hoogwaardige voeding kunnen komen en voldoende energie binnen krijgen.

Het gevolg hiervan is dat wij onze paarden eigenlijk te goed voeren. In de zomer krijgen ze te veel (gras) en in de winter gaat dat overtollige vet er niet meer af want dan willen we ook dat ze ‘in goede conditie’ blijven. Daardoor gaan veel paarden het voorjaar vaak al met enige mate van overgewicht in, wat daarna alleen maar verder aangevuld wordt. Overgewicht bij paarden is, net als bij ons, een groeiend probleem.

Maar dat is een onderwerp dat in een later artikel wel eens uitgebreid aan bod zal komen. Nu gaat het vooral over die paarden die niet zo makkelijk extra gewicht aanzetten. Dit kunnen paarden zijn die van nature erg beweeglijk zijn, waardoor ze (veel) meer verbranden dan andere paarden. Deze paarden zijn in de zomer al lastig op gewicht te houden en in de winter is dat helemaal een probleem. Een andere categorie paarden die in de wintermaanden vaak lastig op gewicht te houden zijn, zijn de oudere paarden. In dit artikel gaan we in op de mogelijke oorzaken van het achterblijven in gewicht en wat je daar als eigenaar/verzorger aan kan doen.

Om te beginnen is het belangrijk om uit te vinden waarom het paard achteruit gaat in conditie. Had hij dat vorig jaar ook al? Met andere woorden, is het iets wat je kent van het paard? Of is het iets nieuws? In dat laatste geval is het belangrijk om uit te sluiten dan het paard minder eet vanwege een lichamelijk ongemak. Dat kan zijn

  1. Problemen met het gebit, waardoor eten moeilijk of zelfs pijnlijk wordt. Het eten wordt dan minder goed opgenomen, minder goed gekauwd, waardoor de vertering minder goed kan verlopen.
    1. Taak van de eigenaar/verzorger: 
      1. laat het gebit regelmatig controleren. Minimaal één keer per jaar, maar bij oudere paarden is twee keer per jaar vaak geen overbodige luxe.
      2. Check regelmatig de mest op overblijfselen van het voer. Vind je veel onverteerd voer, dan is dat een aanwijzing dat er in de mond al iets niet goed zit.
      3. Bekijk je paard tijdens het eten. Gaat dat makkelijk? Of staat hij met zijn hoofd in rare houdingen en/of valt er voer uit zijn mond? Allemaal mogelijke aanwijzingen voor een ongemak in de mond.
  2. Pijn, bijvoorbeeld als gevolg van artrose, maar ook van andere oorzaken. Paarden met bewegingspijn zullen liever niet gaan lopen om bij het voer te komen. Pijn heeft ook vaak een negatieve invloed op de zin in eten.
    1. Taak van de eigenaar/verzorger:
      1. Kijk goed naar je paard en vraag iemand die je paard niet goed kent om eens mee te kijken: loopt hij nog soepel? Hoe reageert hij als je hem borstelt? Of als je hem vraagt om in beweging te komen? Kun je aanwijzingen vinden dat hij niet lekker in zijn vel zit? Vraag bij twijfel een dierenarts om mee te kijken.
      2. Zeker bij oudere paarden is het verstandig om één of twee keer per jaar de dierenarts een algehele gezondheidscheck te laten uitvoeren. Zo kun je samen met de dierenarts op tijd ingrijpen wanneer je paard last krijgt van ouderdomskwaaltjes. En die beginnen bij elk paard op een andere leeftijd, vaak al (ver) voor de 20.
  3. Een parasitaire of bacteriële besmetting waar het paard last van heeft.
    1. Taak van de eigenaar/verzorger: 
      1. Overleg met de dierenarts over bestrijding van mogelijke parasieten.
        1. Via een eitelling in een mestmonster kan een wormbesmetting vaak worden vastgesteld. Hou er wel rekening mee dat eieren van niet alle wormen eenvoudig in de mest zijn terug te vinden.
        2. Teruglopende conditie kan ook worden veroorzaakt door een andere parasiet, bijvoorbeeld leverbot. Via de dierenarts is hier op de testen.
        3. De ziekte van Lyme, veroorzaakt door de Borrelia bacterie, komt ook bij paarden steeds vaker voor. Wanneer je een teek hebt gezien bij je paard is dat iets waar je aan kunt denken bij verminderde conditie. Maar ook als je de teek niet hebt gezien kan het zijn dat hij er wel geweest is. Iets om rekening mee te houden. Overleg met de dierenarts.
  4. Zeker bij oudere paarden kan het sterk teruglopen in conditie een gevolg zijn de eerste verschijnselen van PPID. Hier is via de GD op te testen, vraag de dierenarts om advies.
    Paard met en zonder deken in de sneeuw
    Oudere paarden kunnen zich minder goed warm houden. Met een deken kun je warmteverlies beperken.
  5. De stofwisseling verandert bij oudere paarden, waardoor ze vaak minder goed kunnen profiteren van de voedingswaarde van hun voer. De plaats van de vetbedekking verandert ook, vaak wordt de rug dunner en de buik dikker. Verkijk je niet op die dikke buik, maar beoordeel de totale conditie van het paard. Oudere paarden kun je helpen om conditieverlies in de winter te beperken door ze een deken op te leggen. Op die manier hoeven ze geen energie te besteden aan warm blijven.

 

Dieet aanpassen

Wat de oorzaak van het teruglopen in conditie ook mag zijn, het is zaak om ervoor te zorgen dat dat proces wordt gestopt of, liever nog, wordt omgekeerd. Naast het onderzoeken van gezondheid gerelateerde oorzaken, is het van belang om naar het dieet te kijken. Is er iets veranderd? De kwaliteit van het gras neemt af naarmate de dagen korter worden. Wordt die afname in calorieopname voldoende gecompenseerd? Is er iets veranderd is de kwaliteit van het ruwvoer? Het is waarschijnlijk dat je ondertussen aan een nieuwe voorraad bent begonnen, de oogst van dit jaar. Heb je laten checken of die dezelfde voedingswaarde heeft als vorig jaar?

Wanneer je een dieet voert met dezelfde voedingswaarde als vorig jaar rond deze tijd, maar toch valt je paard nu af, dan zul je maatregelen moeten gaan treffen om het dieet aan te passen. Er zijn ruwweg twee opties:

  1. Terugbrengen van energie vragende processen
  2. Opvoeren van de calorieinname

Energie vragende processen zijn processen waarbij warmte wordt geproduceerd. Dat kan zijn als gevolg van beweging, maar ook een reactie om het lichaam op temperatuur te houden. Ben je meer gaan trainen? Staan er nu paarden in zijn groep die meer onrust in de groep veroorzaken? Wordt hij veel opgejaagd? Of jaagt / speelt hij zelf veel met anderen? Staat hij in een andere omgeving en is hij nog niet gewend? Loopt hij op en neer langs de omheining? Allemaal redenen voor een groter energieverbruik en dus een grotere vraag naar calorieën. Datzelfde geldt voor het warmte produceren om warm te blijven bij lagere omgevingstemperaturen. Hoewel je dan niet automatisch meer hoeft te gaan voeren. Een (dikkere) deken opleggen of een schuilstal bieden helpt vaak net zo goed.

Veel verbranden door veel activiteit in de wei.

Beide soorten energie vragende processen vereisen niet perse eenzelfde aanpassing in het voerregime. Energieverlies als gevolg van warmteproductie met als doel warm te blijven kan het beste worden verkregen uit de vertering van ruwvoer. Bij de vertering van ruwvoer komt veel warmte vrij, meer dan bij de vertering van makkelijk verteerbare koolhydraten zoals die in krachtvoer zitten. Energieverlies als gevolg van extra beweging kan in de meeste gevallen goed worden gecompenseerd met extra ruwvoer. Goede kwaliteit ruwvoer bevat genoeg energie om ook de actievere paarden in hun behoefte te voorzien. Maar als goed hooi niet genoeg is dan zou je kunnen denken aan:

  1. Voordroogkuil Dit is wat anders dan de zurige, natte kuil die aan koeien wordt gevoerd. Dat is niet zo geschikt voor paarden, omdat zij dit niet goed kunnen verteren.
  2. Lucerne. Sommige paarden krijgen irritaties in hun darm van de lucerne die je ‘los’ kan kopen. Deze paarden hebben meer baat bij de lucerne die in brokjes is geperst.
  3. Bietenpulp (in gewelde vorm!). Dit is een goede bron van vezels en calorieën. De meeste paarden vinden het heerlijk, hoewel ik vind dat het naar natte kranten ruikt….
  4. Lijnzaad. Dit is een goede bron van omega 3 vet, wat een ontstekingsremmende werking lijkt te hebben. Er is gemicroniseerd lijnzaad op de markt, want makkelijk voert en ook niet eerst geweld hoeft te worden.
  5. Plantaardige olie, zoals zonnebloem olie of lijnzaadolie. Voer hier geen bekers tegelijk van en introduceer het vet heel geleidelijk, zodat het paard kan wennen aan de smaak en mondgevoel, maar ook om het verteringsstelsel de kans te geven zich aan te passen. Te veel vet geeft slappe mest.

‘Dikmakers’ die voor koeien worden gebruikt, zoals mais (in welke vorm dan ook) of bierbostel of aardappels, zijn voor paarden ongeschikt. Ze bevatten teveel makkelijk verteerbare koolhydraten, wat leidt tot verzuring in de darm en daarmee tot een verminderde opname van voedingsstoffen en een verslechtering van de darmgezondheid.

Introduceer nieuwe elementen in het dieet geleidelijk. Een paarden maag-darmstelsel heeft enkele weken nodig om zich aan te passen aan het nieuwe dieet.

Kortom

Oudere paarden hebben extra aandacht nodig in de koude maanden.

Oudere paarden en paarden die in de zomer al lastig op gewicht te houden zijn verdienen extra aandacht in de wintermaanden en in de periode daar naartoe. Maar de aanpassingen in het management zijn niet in beide gevallen gelijk. In alle gevallen geldt: probeer wat en kijk hoe het valt. Op papier kan er iets de ideale oplossing lijken, maar niet alle paarden zijn gelijk. Wat bij de een werkt hoeft dat bij de ander niet te doen. En wat de een zonder moeite eet, laat de ander staan. Proberen dus en rondvragen naar ervaringen van anderen.

De meeste paarden hebben geen speciaal dieet nodig in de winter. Wel is het belangrijk om zeker te weten dat je paard alle benodigde voedingsstoffen in voldoende mate binnen krijgt. Maar gegeven dat, hoeft er bij de meeste paarden alleen aandacht worden gegeven aan een voldoende geleidelijke verandering van dieet. Zeker bij paarden die van de wei overgaan naar niet meer op de wei, is het belangrijk om ze al enkele weken van te voren langzaam aan te wennen aan een dieet zonder gras, maar met hooi. Hooi bevat heel veel minder water dan gras en daardoor kunnen paarden last krijgen van constipatie. Zorg voor toegang tot vers water en maak de overgang geleidelijk, dan kan het paard er prima aan wennen. Zorg ook voor voldoende beweging.

In de herfst is risico op koliek het grootst
In de herfst komt verstoppingskoliek veel voor als gevolg van de overgang naar een dieet met veel droge stof.

De herfst is het seizoen met de meeste gevallen van koliek. Die worden met name veroorzaakt door verstopping door te veel droge stof in de darmen (waar het paard nog onvoldoende aan gewend was) en doordat de paarden ineens veel minder beweging krijgen. Beweging houdt de darmen ook in beweging en een te abrupte overgang naar voornamelijk stilstaan maakt dat de darmen daar nog niet op zijn ingespeeld en onvoldoende actief zijn. Iets om rekening mee te houden

In het algemeen geldt, zoals voor alles wat je paard aangaat: Ken je paard en weet wat normaal is bij hem. Kijk goed naar je paard. Zowel tijdens het eten (wat vindt hij lekker? Wat vindt hij moeilijk om te eten?) als in de tijd. Hoe verandert de conditie van je paard? Heeft de dieetaanpassing het gewenste effect? Tip: maak regelmatig foto’s van je paard van opzij, zodat je de veranderingen in de tijd goed met elkaar kunt vergelijken.

 

Dit artikel is tot stand gekomen nav een artikel op thehorse.com ‘Caring for senior horses: what to remember’, aangevuld met aspecten die ook aan bod komen in de e-cursus ‘Het Gezonde Paard’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *