Werken aan je houding

Ik had beloofd dat ik meer zou vertellen over Centred Riding. Laat ik beginnen met de term ‘je centrum’. Dat klinkt allemaal best vaag en zweverig. Maar je centrum is niet meer dan wat het aangeeft: je centrale punt. Het punt in je lijf waar je natuurlijke zwaartepunt ligt. Dat punt zit ongeveer een handbreedte onder je navel en dan (van voor naar achter gezien) in het midden van je lijf. In het midden van je bekken dus eigenlijk.

In Centred Riding maak je gebruik van het feit dat je het beste in evenwicht bent wanneer je je eigen zwaartepunt laat samenvallen met je centrum. Dat wil zeggen, voldoende laag en in het midden. Denk je eens in dat je een tuimelaartje bent. Zo’n stuk speelgoed waarvan de onderkant bolvormig is, met een poppetje erop. Wanneer je de tuimelaar op zijn kant legt en loslaat, dan komt hij vanzelf weer omhoog. Wat er ook gebeurt, hij komt als je hem loslaat altijd weer rechtop en in balans. Dat komt omdat er een zwaar gewicht midden onderin de tuimelaar zit. Zijn zwaartepunt ligt daardoor precies in het midden en, heel belangrijk, heel laag. Wanneer zijn zwaartepunt hoger zou zitten, zou hij veel moeilijker (of helemaal niet) weer rechtop kunnen komen nadat je hem om had gelegd. Conclusie: met je zwaartepunt laag, dichtbij dat van je paard, zit je veel steviger in het zadel dan met je zwaartepunt hoog.

Wanneer je dat lukt, kun je de beslissingen (wendingen, tempowisselingen) in je rijden via je zwaartepunt laten lopen. Daardoor ben je altijd precies op tijd en zit je goed in de beweging mee. Sterker nog, jij bepaalt die beweging. Dus je paard gaat ook in jouw beweging mee. Door te rijden vanuit je zwaartepunt, vanuit je centrum dus, raken jij en je paard samen in balans en anticipeer je op de beweging van je paard. Wanneer je dat niet doet ben je eigenlijk altijd net te laat en dus niet goed in balans. Dat kun je compenseren door achterover te gaan zitten of met je benen naar voren of door jezelf vast te zetten in het zadel (knieën en/of dijen aangeknepen bijvoorbeeld), maar dat geeft spanning in jou en je paard.

Dat klinkt nog wel vrij logisch, maar hoe krijg je dat voor elkaar? Hoe krijg je je zwaartepunt omlaag? Je zwaartepunt zit namelijk niet altijd op dezelfde plaats. Door hoog te ademen breng je je zwaartepunt bijvoorbeeld omhoog. Hoe krijg je je zwaartepunt dan weer omlaag? Door laag te ademen, ja, maar als je daar niet meer aan denkt en het is een gewoonte van je om hoog te ademen, dan zul je dat direct weer gaan doen. Je wilt het eigenlijk zo veranderen dat ook je gewoonte wordt aangepast. Ja, en nu wordt het voor sommige mensen wat zweverig denk ik. Om je lijf te leren hoe het moet reageren, moet je je lijf eerst leren dat het wat verkeerd doet. Het moet leren voelen en reageren. Dus je onderbewustzijn moet aan het leren.

Daar zijn een aantal oefeningen voor. Een oefening die Sally Swift, de grondlegster van Centred RIding, al beschreef in haar boeken, is hoe je het beste kunt ‘aarden’ of ‘gronden’. Aarden (en gronden) is het stevig in evenwicht kunnen blijven, ook wanneer er iemand aan je trekt of tegen je duwt. Dit doe je door je zwaartepunt omlaag te brengen en door je verbeeldingskracht te gebruiken. Die verbeeldingskracht kun je ook zien als ‘energie’. Binnen Centred Riding wordt over energie gesproken. Vanwege het beeld dat je daarbij kunt krijgen, maar ook omdat je met energie een richting en een hoeveelheid (een kracht) aan kan geven.

Om je te laten ervaren hoe je jezelf kunt aarden (en om je lijf het gevoel aan te leren) kun je de volgende (grond)oefening doen. Zoek voor deze oefening een partner.

Stap 1: ga stevig staan en vraag je partner je ‘om’ te trekken/duwen. Niet echt omver natuurlijk, maar zo dat je een stap moet zetten. Dat zal je partner waarschijnlijk wel lukken.

Stap 2. Denk je nu sterk in dat je, vanuit je centrum, energie door je benen naar beneden stuurt en de grond in. Of, als je dat makkelijker vindt, dat je via je benen en je voeten wortels groeit tot in de bodem. Of een ander beeld om heel duidelijk voor je te zien dat je verankerd in de grond staat. Zorg ervoor dat je laag in je buik ademt, sta in een kleine spreidstand en met je knieën heel licht gebogen.

Stap 3. Als je dat beeld heel helder hebt en je ademhaling onder controle dan vraag je je partner nog een keer om je om te duwen/trekken. Als het goed is gaat dat nu duidelijk moeilijker.

Doel van deze oefening is dat je, door een combinatie van voorstellingsvermogen en ademhaling, je zwaartepunt omlaag hebt gekregen waardoor het veel moeilijker werd om je uit balans te krijgen.

Wanneer je op je paard zit kun je een oefening doen door je voor te stellen dat je via je benen en voeten de grond in groeit, of dat je energie door je voeten naar de grond stuurt, of dat je meeloopt met je paard. In combinatie met laag ademhalen zal dat ervoor zorgen dat je niet alleen veel steviger in het zadel zit, maar ook nog eens mooie lange beenligging krijgt, zonder dat je daarvoor bewust je hakken naar beneden duwt. Zonder dat er spierspanning aan te pas komt zit jij toch stevig en met lange benen. Door je hakken uit te drukken breng je namelijk spierspanning in je been, waardoor je ze niet goed kan laten hangen. En de spanning in je been werkt door op je paard. Voor een deel is dat te verklaren: jij knijpt met je benen en hij kan, als gevolg daarvan, zijn rug en/of buik en/of schouder niet goed gebruiken. Je blokkeert hem letterlijk. Maar het is ook zo dat paarden ons spiegelen. Jij gespannen maakt dat je paard dat ook is. Ik heb nog niemand gesproken die me daar een objectieve verklaring voor kon geven.

Iets vergelijkbaars als met ‘hakken naar beneden!’ gebeurt er als jij het commando ‘schouders naar achteren!’ opvolgt. Door actief je schouders naar achter te duwen krijg je spanning in je lijf, waardoor je minder goed kunt zitten en waardoor je paard ook spanning krijgt. Een alternatief wat bij veel mensen werkt is om te denken aan een grote glimlach die van je ene sleutelbeen doorloopt in je andere sleutelbeen. Het grappige is dat door alleen al aan die glimlach te dénken, je houding al verandert.

Wat ook wel helpt is om te denken dat er een touwtje aan je cap zit waardoor je zachtjes omhoog wordt getrokken. Dit helpt je hoofd en bovenrug rechtop te zetten, waardoor je schouders automatisch naar achter gaan. Of denk aan grote pijlen van energie die je vanuit je centrum, via je borstbeen schuin omhoog afvuurt. Wanneer je niet van beelden houdt, kun je ook je borstbeen of je bovenste rib ‘optillen’. Probeer het verschil maar eens tussen je gewone houding en de houding die je krijgt door zo’n beeld, zowel naast je paard als erop. Duw je schouders naar achter en laat ze weer los en probeer dan één van de alternatieven, die het beste bij jou past. Welke verschillen merk je? Waar krijg je spanning (of niet)? Sowieso helpt het natuurlijk ook om niet naar je paard maar naar voren te kijken ;).

Een ander gevolg van ‘schouders naar achteren!’ is dat je daardoor heel makkelijk een holle rug trekt.  Een oefening die je op je paard kan doen wanneer je met een holle rug zit, is ‘de indiaan’. Hiervoor moet er wel iemand je paard vasthouden. Laat de teugels los en schop je beugels uit. Laat je armen achter je benen hangen met je palmen naar voren. Doe je ogen dicht en hef je gezicht op, alsof je van de zon geniet. Vraag de begeleider van je paard om met hem te gaan stappen. Blijf rustig zo zitten en voel de beweging van je paard, voel hoe je benen zachtjes van links naar rechts schommelen met elke pas. Voel hoe de beweging door je rug en je schouders gaat. Wanneer je het goed gevoelt hebt, na een rondje of zo, kun je je ogen weer open doen. Vraag de begeleider om je beugels aan te doen, zodat je de ontspanning in je benen kunt houden. Probeer nu rustig rond te stappen en dat gevoel weer terug te krijgen. Vraag de begeleider hoe je houding is veranderd. Onthou het gevoel en probeer dat steeds terug te krijgen. Je lichaam zal moeten wennen, maar het gaat het vanzelf normaal vinden. Een ‘quick fix’ van een holle rug is om je voor te stellen dat je een kort rokje glad trekt wanneer je gaat zitten. Door die beweging, die je in het begin zelfs letterlijk kunt proberen, kantelt je bekken, waardoor je onderrug recht wordt. Wat ook wel helpt om je onderrug te ontspannen is door daar naartoe te ademen en ‘uit te ademen’ via je onderrug.

Wanneer je (een aantal) van deze oefeningen hebt geprobeerd, doe ze dan in de komende tijd regelmatig nog een keer. Je lichaam heeft een bepaalde geheugenfunctie en moet vaak erg wennen aan een nieuwe houding of aan het niet meer aanspannen van spieren om in balans te blijven. Het leuke is dat je paard je ervoor zal belonen als je het goed doet. Hij wil ineens wél ontspannen of inbuigen of zijn rug omhoog brengen. Dan weet je dat je goed zit. Niet te veel balen dat je het zo lang niet goed hebt gedaan, maar genieten van wat je nu ineens wél voor elkaar krijgt!

In de volgende blog zal ik ingaan op hoe je je centrum in kunt zetten in het besturen van je paard. Zowel in het wenden, als in het tempo bepalen. Ook daar zijn leuke oefeningen voor, zowel op als naast je paard.

Meer lezen over Centred Riding? Sally Swift heeft twee boeken geschreven: Centred Riding en Centred RIding 2. Ze zijn in het Nederlands vertaald, maar nu alleen nog tweedehands te krijgen. In het Engels zijn ze wel makkelijk te koop.

Website van de organisatie (in het Engels:) http://www.centeredriding.org

In het Nederlands is er een facebooksite

Heb je de eerste blog gemist? Lees hem hier dan terug

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *